“The blog remained a superficial medium, of course. By superficial, I mean simply that blogging rewards brevity and immediacy [...] the key to understanding a blog is to realize that it’s a broadcast, not a publication. If it stops moving, it dies. If it stops paddling, it sinks.“
Ik denk dat iedereen die mijn blog een beetje kent wel zal merken dat ik het volledig eens ben met deze stelling. Inderdaad: een blog (of toch één zoals de mijne) is redelijk oppervlakkig. De meeste van mijn posts zijn ofwel verplicht door school en anders zijn ze “episodes” uit mijn schoolloopbaan die ik de moeite vind om te delen met de wereld. Het is een soort personality-show, maar dan in schrijfvorm, waarin ikzelf de hoofdrol speel. De teksten zijn ook vaak opgesmukt met audio- of video-fragmenten om de simpele reden dat ik droge tekst al snel saai begin te vinden. Trouwens, zegt een beeld niet meer dan duizend woorden?
Ook het tweede deel van deze stelling is van toepassing op mijn blog: van zodra er geen nieuws posts worden opgezet (zoals het geval was in de zomermaanden) valt de blog een beetje stil. Als beheerder van de blog kan ik dat duidelijk zien aan het aantal bezoekers. En zelfs nu merk ik daar de “gevolgen” nog van: in de gloriedagen van 1JOU vorig jaar heb ik weken gekend waarin er meer dan 20 mensen mijn blog lazen (al vermoed ik dat die het meer deden om de filmpjes dan om de teksten). Dit aantal is een veelvoud van nu, na die onderbreking van meer dan drie maanden.
Verderop zegt Sullivan nog “Even the most careful and self-aware blogger will reveal more about himself than he wants to in a few unguarded sentences and publish them before he has the sense to hit Delete.” Ook hier kan ik inkomen: vaak heb ik al op de delete-knop willen drukken als ik de filmpjes waarin ik nog lang haar had
Beste vrienden van het legendarische en ook van het betere radio-uitzendwerk, verheugt u!
Waarom, beste Thomas? Wel, omdat er een nieuwe blog op het Interwebz is: http://crappymeal.wordpress.com/. op deze blog staan de nieuwe uitzendingen van het magnifieke Crappy Meal, het dinsdagmiddag-programma van Sharon en mijzelf. we hebben er zelfs een vodcast-filmpje bijgezet met daarin een vette prijsvraag. Dus checken, die handel!
Jawel, er is wederom een nieuw interview afgenomen met niemand minder dan de Algemeen Directeur Marktstrategie van de VRT: de heer Mark Coenen. Mijn interview duurt iets meer dan 4 minuten en gaat over de besparingen bij de VRT. Droge stof, zegt u? misschien wel, maar de mens is interessant genoeg om het interview boeiend en “plezeutig” te maken. Wenst u te luisteren? Klik dan op onderstaande play-knop en geniet met volle teugen!
Voila, hopelijk heeft u ervan genoten. Nog een klein vraagje vanwege mijzelf: graag zo veel mogelijk (zowel goede als slechte) commentaar geven, hetzij als comment op de post, hetzij rechtstreeks aan mij via mail, msn, sms, telefoon, gele briefkaart of zindelijke postduif. Die commentaar hoort namelijk bij de opdracht.
Lang geleden, maar, jawel, ik leef nog! En hoe! Want afgelopen donderdag heb ik voor het vak “Interviewen 2″ een interview gedaan met niemand minder dan de reden dat ik voor de radio wou werken: Peter Van de Veire! Eens de zenuwen onder controle waren, kon ik mijn radio-idool eens deftig ondervragen over het tweede seizoen van zijn live-show op televisie, met dit als resultaat:
Ja, op YouTube, en niet zo’n interessant beeld, ik weet het, maar stomme wordpress vraag maarliefst 15 dollar per jaar om muziek te laten uploaden, en dat vind ik een beetje overdreven. Maar goed. Dit jaar mogen jullie trouwens nog meer van die interviewtjes verwachten, want ik ga proberen om al mijn grote idolen en voorbeelden te interviewen voor dit vak, dus wish me luck!
groetjes, Thomas
PS: veel dank-u-welltejes aan Sharon die is meegegaan om fotootjes te nemen om dit blogbericht wat op te fleuren
Als laatste van de JouPrak-opdrachten kwam televisie aan de beurt. De eerste les miste ik door een stommiteit: de oorspronkelijke afspraak werd afgezegd door de afwezigheid van meneer Van Doninck, maar blijkbaar werd daarom de tweede sessie (die ik normaal om 9h35 heb) een uurtje vervroegd, iets wat ik vergeten was. Gelukkig was dit geen ramp, aangezien mijn teamleden (Céline Schauvliege en Mattias Van Nimmen) me de opdracht duidelijk konden uitleggen.
Het was de bedoeling om een reportage van ongeveer een halve minuut te maken over een onderwerp naar keuze. Dat onderwerp kiezen bleek wel moeilijk te zijn. Onze eerste keuze (de verplaatsing van Laundry Day) werd als te droog bevonden, waarna we kozen voor “shopping in Antwerpen”. Het filmen deden we op een zonnige maandagmiddag en het monteren gebeurde de dag erna.
Het moeilijkste stuk was het zoeken naar locaties. Bij H&M kregen we een filmverbod en bij C&A kregen we eerst wel toestemming, maar die werd daarna door een andere medewerker weer ingetrokken. Bij Saturn kregen we wel de toestemming om te filmen, waar we dan ook gretig gebruik van maakten. Montage zelf was een lang en traag werkje, maar gezien ik dit soms zelf thuis ook doe, wist ik waaraan ik me mocht verwachten en al bij al was het stiekem wel fijn om te doen (ook al deed de begeleidende derdejaars al het werk). Minpuntje: bij het branden van de DVD sloop er een foutje in het brandproces, wat we pas merkten in tijdens de evaluatie zelf. Pijnlijk gevolg was om de week daarop nog eens terug te komen met een correct schijfje (wat inhield dat ik mijn slaaptekort nog maar eens zou verergeren).
Al bij al is TV best wel leuk. Ik heb dan ook al min of meer besloten dat ik in het vernieuwde programma voor het derde jaar waarschijnlijk een minor in TV ga kiezen, naast een major in radio.
Tot zover de Journalistieke Praktijk van het eerste jaar.
Een beetje te laat dan normaal gezien de bedoeling was (door de projectweken die vlak na de les vielen), maar beter laat dan nooit: dit is mijn verslag voor Den Triangel.
Van de drie takken binnen de journalistiek moet ik eerlijk bekennen dat print voor mij het minst aantrekkelijk is en altijd zo zal zijn. Mijn ervaringen met “Den Triangel” hebben daar helaas niet veel aan kunnen veranderen. Als opdracht kregen we eerst het uitdenken van enkele thema’s om er vervolgens één van uit te werken tot een artikel. Samen met Sigrid Spaas kreeg ik het thema “antwoord-apparaat van God” toebedeeld. We maakten er het artikel “God’s Hotline” van, waarwaarvoor ik op pad ging om mensen te interviewen en te fotograferen. De resultaten heb ik doorgemaild naar Sigrid die ze daarna verwerkte tot het artikel.
De opdracht lijkt misschien simpel, maar dat was ze hoegenaamd niet: ik had enkel tijd om mensen op een zaterdagavond te interviewen en zoals verwacht waren de weinige mensen die ik vond niet altijd bereid om op mijn vragen te antwoorden, laat staan dat ik ook nog een foto van hen mocht nemen. Ook over de feedback stel ik me vragen, aangezien onze contactpersoon bij het krantje mij enkel een mailje met “Dankuwel” stuurde als antwoord op het resultaat van het artikel…
Echt prettig vond ik deze opdracht niet, maar dat kan volledig aan mij liggen. Zoals ik eerder al zei, ben ik niet echt van plan om in print verder te gaan, dus is het logisch dat ik deze opdracht het minst leuk vond.
Misschien is die titel een beetje overdreven, maar toch: de ergerlijke muziek die onder de kwis wordt gedraaid is net iets draaglijker dan de magere, eileptische Flash-animatie. Ook de informatie die wordt gevraagd heeft volgens mij geen (maar dan ook absoluut nihil) invloed op mijn kiesgedrag (wat de titel van de kwis ook mag doen uitschijnen). Niet dat al die weetjes niet interessant zijn. Ik heb een voorliefde voor faits-divers en wist-je-datjes, maar de algemene vormgeving lijkt me uitgedacht door een reclamebureau dat denkt “cool” en “groovy” (“want dat zeggen die jongelui toch”) over te komen met een flauw uitgedacht spelconcept.
Het idee is leuk, maar niet voor mensen van mijn leeftijd. Geef dit aan een willekeurige twaalfjarige (met vragen die net iets meer gericht zijn op die leeftijdsgroep) en het kind vermaakt zich kostelijk. Geef dit aan een willekeurige twintigjarige en de kans is groot dat je een “Joenge, schup ies af!” (iets wat jongelui – enfin, ik toch – af en toe WEL zeggen) toegeroepen krijgt. Als algemeen besluit denk ik: KiesKwies is een leuk idee, maar niet voor ons.